Les 1 Kennismaking

Kennismaking puntenschaak

Les 1 is vooral een kennismakingsles.

Als schaakleraar ben je nog een geparachuteerde vreemdeling voor de leerlingen.
De leerkracht stelt je even voor. Je voegt er zelf nog wat aan toe, vertelt van je plannen en geeft gelegenheid tot het stellen van vragen.

De (meeste) leerlingen zijn benieuwd naar de achtergrond van de docent: van wie heeft hij zelf het schaken geleerd en was dat lang geleden?
Wat vindt hij zo leuk aan het spel? Wat gebeurt er op een schaakclub? Is er een jeugdafdeling? Enz.

De docent op zijn beurt geeft ruim baan aan de klas: wie er al kunnen schaken, van wie ze het hebben geleerd en wat ze leuk vinden aan het spel en of ze nog steeds spelen. En zo neen, waarom niet.

Misschien kan hij aanhaken op actualiteiten in de schaakwereld. Het spreekt kinderen bijvoorbeeld aan dat een Magnus Carlsen en Anish Giri het op hun leeftijd al zo ver hebben geschopt en dat ‘wij’ met Max Euwe ook al eens een heuse wereldkampioen hebben gehad.

Er zijn kinderen die zich overrompeld kunnen voelen door de hoeveelheid informatie die op ze af komt. Ik vertel ze daarom dat ze veel te zien en te horen zullen krijgen maar dat ze zich geen zorgen hoeven te maken dat ze alles al meteen moeten onthouden, laat staan: kennen. Vragen stellen mag altijd en in iedere les herhalen we kort even wat we eerder hebben gezien of geleerd. Hoe basaal ook, want dat stelt gerust.

Inleiding

Uitleg dat het schaakspel in feite een gespeelde oorlog voorstelt tussen de legers van twee koningen.
Beide legers zijn precies even sterk. Het doel is om uiteindelijk de koning van de tegenstander gevangen te nemen. [1]

Zoals ieder leger bestaan beide legers uit onderdelen die onderling samenwerken, maar toch alle een verschillende functie en waarde hebben. 

Zo kun je je wel voorstellen dat een gevechtstank (Toren) meer waard is dan een jeep (Loper), maar minder dan bijvoorbeeld een gevechtshelikopter (Koningin). Ook In het schaakspel is daarom de tank duurder (meer punten waard) dan die jeep.

Jij, als speler, bent de generaal die moet proberen in de komende veldslag je tegenstander te slim af te zijn en door beter spel (of een beetje meer geluk!) sterker uit de strijd te komen. Hoe je dat moet gaan klaarspelen is nou precies wat we gaan leren in de komende schaaklessen.

spiekbriefje klein
Het spiekbriefje

Je zult merken dat er allerlei trucjes bestaan om je doel te bereiken. Maar eerst zullen we toch echt de spelregels moeten leren.

Nu komt het spiekbriefje even aan bod.
Toelichting op het schaakbord, zijnde het slagveld, en de stukken, zijnde de legeronderdelen.
Veld A1 ligt altijd links onder.
Opstelling en benoeming van de schaakstukken.
Dat is het dan wel voor vandaag!


[1] Ja, zo simpel is het! De ooit toegevoegde regels zoals de rokade, het e.p-slaan, de dubbele pionbeginzet en het verbod schaak te (blijven) staan zijn drempelverhogende toevoegingen van het schaakspel.

De beginnersoptie van Puntenschaak negeert dan ook om didactische redenen deze drempels. Wel worden deze regels geleidelijk toegevoegd om toe te groeien naar het officiële schaakspel. Maar dan zijn we het afhaakstadium al voorbij!

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok Weigeren