Evaluatie puntenschaak

Algemeen

Winnaar van een partijtje Puntenschaak is degene die het eerst zijn tegenstander MAT zet of als eerste de finish bereikt (doordat hij dus meer materiaal heeft veroverd).
Puntenschaak is een ludieke stoomcursus, een speelleercursus.

Puntenschaak is gewoon het officiële schaakspel, maar met een kleine speelse toevoeging. Deze toevoeging is in principe van louter didactische aard: spelend leren. Learning by doing. Het maakt het schaakspel verassend laagdrempelig, toegankelijk voor een zeer breed publiek. De schaaklessen zelf zijn al een spel met ingang van de eerste schaakles! Een run op de schaakkast als de reguliere leerkracht zegt: “gaan jullie maar even iets voor jezelf doen”.

Het kost in de praktijk weinig tijd om de spelregels van het schaakspel onder de knie te krijgen. Geïnteresseerde ‘niet-schakende’ (groot)ouders kunnen de regels in een les of 6 leren. Verdieping vindt dan plaats door de praktijk of door het zelfstandig raadplegen van lesmateriaal.

Puntenschaak biedt een vliegende start voor die verdieping via bestaande leermethodes zoals de populaire ‘Stappenmethode’ van Brunia/van Wijgerden, de ‘Schachschule’ van Anatoly Karpov, de aloude leerboeken van Berry Withuis en de talloze leerboeken van Dr. Max Euwe.

Het direct ingaande, naar voren gehaalde spelplezier heeft een enorme, positieve impact. Dit geldt niet alleen voor de leermotivatie van leerlingen/cursisten. De versnelling en de vernieuwende opzet van het leerproces hebben ook een gunstig effect op de kwalitatieve èn kwantitatieve inzet van de begeleiders.

Puntenschaak heeft tot doel het schaken weer (veel) meer onder de mensen te brengen. Het richt zich zowel op de doelgroep beginners – en dan met name jeugd – alsook op licht gevorderden die wel ooit de regels van het schaakspel hebben geleerd, maar zijn afgehaakt. (“Of ik kan schaken? Eh, nou ja, ik ken de regels maar eh, daar houdt het dan helaas ook wel mee op..”).

Doelgroep vormen ook (groot)ouders die het schaken een warm hart toedragen, overtuigd als ze zijn van de educatieve waarde van het schaakspel voor hun (klein)kinderen. Puntenschaak wil, mede dankzij het korte leerproces, ook deze grote groep weer graag binnen boord halen.

Puntenschaak wordt nu in de praktijk gebracht op de basisschool “De Zilveren Maan” in Nieuwkoop, bij de jeugdafdeling van de “Schaaksociëteit Nieuwkoop” en bij diverse andere kleinere groeperingen. Tijdens het Tata Steel Chess toernooi in januari 2015 heeft de KNSB Puntenschaak als evenementje aangeboden aan de jeugd.

Kernprincipes Puntenschaak

Het gaat om het veroveren om punten. Om spelenthousiasme. De matvoering volgt te zijner tijd als er voldoende routine is opgedaan.

Reeds in les 1 komt de waarde van de stukken en de pionnen aan bod! De waarde wordt toegelicht aan de hand van wat een stuk ‘kan’, met name hoeveel velden het bestrijkt. Beginners begrijpen daardoor onmiddellijk het principe van afruil, aanval en verdediging. In feite kan het spel dan al beginnen, ware het niet dat de lastige techniek van de matvoering veel routine vereist.

Puntenschaak bouwt die routine in korte tijd spelenderwijs op. De beginnersfrustratie van de moeilijke matvoering wordt vermeden dankzij het puntensysteem.

In de eerste concepten van Puntenschaak is vrij veel aandacht besteed aan een gefaseerde invoering. Bij nader inzien blijken de kinderen van groep 8 van een reguliere basisschool zich de stof zo snel eigen te maken dat al tijdens het 2e en 3e lesuur qua regelkennis vol op het orgel gegaan kan worden. Het is buitengewoon amusant om te zien hoe met grote gretigheid en een nog volstrekt gebrek aan structuur meestal de stukken van het bord vliegen richting scoreformulier. Maar ook manifesteren zich al gauw de voorzichtige karakters: de pionnen gaan slechts één stapje vooruit, de stukken blijven op de achterste rij en confrontatie wordt angstvallig vermeden. De durfals komen zichzelf al snel tegen als ze de Dame voor de leeuwen gooien. Die eerste lesfase is voer voor psychologen! Trouwens, de latere lesfases ook!

Geheim A is dat de matvoering niet alléénzaligmakend is maar wel deel uitmaakt van het spel.
Geheim B van Puntenschaak is dat de absolute waarde van stukken en pionnen van meet af aan een objectieve maatstaf is. Dit is concreet. Beginners begrijpen vanaf les één waar het om gaat. Aanval en verdediging, het belang van dekking, gunstige en ongunstige afruil behoeven nauwelijks toelichting. De praktijk van de eigen partijtjes vormt de beste leerschool voor regelkennis en -toepassing.
Geheim C is dat de puntentelling zichtbaar is op een speciaal scoreformulier met de getallenrij. Het optellen gaat als vanzelf en de onderlinge stand is voortdurend haarscherp in beeld.
De getallenrij heeft het aanzien van een racebaan. In een enigszins gelijkwaardige partijtje zien we daardoor bijna letterlijk een nek-aan-nek race. (Zo krijgt het schaakspel, ondanks zijn duffe imago, plotseling toch nog een ‘sexy’ uitstraling).

Evaluatie van de spelregels

Puntenschaak is bedacht in juni 2013. De voortdurende praktijkevaluatie heeft geleid tot onderstaande bijstellingen:

  1. Gegeven: een pion die de overkant bereikt transformeert daardoor (bijna altijd) tot Koningin. Evaluatie heeft geleerd dat deze nieuwe Koningin vaak direct wordt geslagen of afgeruild. Daardoor zou dus de tegenpartij 9 punten scoren. Dat is niet de bedoeling. Deze ‘Koninginnepion’ behoudt daarom voor de rest van het spel de puntenwaarde (1 dus) van de pion. De gepromoveerde pion blijft daarom een pion maar wel met de spelopties van de Dame. Deze opgewaardeerde ‘Koninginnepion’ dient zich uiteraard duidelijk te onderscheiden van de andere pionnen. Bijvoorbeeld: platgelegd (afgeschaafd aan één zijde, of als tweeling, of met een ringetje/sjaaltje om enz.
  2. Bij (super)beginners zal de ‘finish’ nog op een heel laag getal (bijv. 12 of 15) liggen. Dan hakt een vroege dameruil vanwege de 9 punten er wel erg zwaar in. Een oplossing kan zijn in zo’n situatie de ‘finish’ met enkele (5?) punten op te hogen. Tja, of er toch maar in te berusten…
  3. 1. De belangrijke regel van het geheel mogen afwikkelen (terugslaan etc.) voorkomt dat diegene die tegen het einde van de getallenrij een afruil begint onverdiend in het voordeel komt.
    2. Men kan de ‘finish’ bereiken dankzij een, objectief gezien, slechte zet. Bijvoorbeeld door met een Dame een gedekte Toren te slaan. Ook vandaar de bovenstaande afruilregel.

Evaluatie van het spel

  1.  ‘Super’beginners willen graag een snelle finish om vlug te kunnen winnen en meerdere partijen in korte tijd te spelen. 15 Punten als finish is dan een aardige optie, maar een snelle afruil van de Dames werkt verstorend. Geadviseerd wordt de regel in te stellen dat de finish met 5 punten wordt opgeschoven zodra beide Dames van het bord zijn.
  2. Hoe hoger het getal van de finish, hoe meer sprake is van een echte partij met middenspel en, wie weet, eindspel (en dus matvoering!).
  3. Een sterkere speler kan de zwakkere een start geven op bijv. vakje 4 en dan proberen hem ingehaald te hebben vòòr de finish. Zo kan ook al snel simultaan gespeeld worden.
  4. Sommige spelers hebben al snel in de gaten dat ze bij een voorsprong baat hebben bij een gelijkwaardige afruil. Het zij zo. Ook bij het ‘reguliere` schaken doet zich deze situatie vaak voor.
  5. Het scoreformulier (de racebaan) is een handig en geloofwaardig hulpmiddel tijdens jeugdtoernooien waarbij gearbitreerd wordt. Een blik op het scoreformulier is voldoende, met dien verstande dat een ingezette gelijkwaardige afruil die wordt bevroren door het tijdsignaal toch dient te worden voltooid.
  6. Bij gelijk eindigen kan de finish worden opgehoogd met x punten.


Evaluatie leerlingen

Groep 8 van de basisschool en jeugdafdeling schaakclub 9 – 12 jarigen en diversen.

Kinderen blijken vanaf het eerste moment geboeid te zijn.
Ze blijken veel en veel sneller (ook van elkaar!) te leren dan verwacht. Met aangepaste regels (Zonder paarden, zonder rokade, geen e.p.-slaan.) spelen ze al in de tweede les Puntenschaak. In de vrije momenten (‘jullie mogen iets voor jezelf doen’) vindt er een run plaats op de schaakkast. Spelend leren. Van wie waren ook alweer de woorden: “mijn spelen is mijn leren en mijn leren is mijn spelen”.
Puntenschaak komt geheel tegemoet aan de kinderlijke fascinatie voor het ‘slaan’.
Het spelen van de onderlinge partijtjes wekt de belangstelling op voor verdieping. Trucjes zoals het ‘vorkje’, ‘aftrekschaak’, ‘penning’ en ‘drie op een rij’ gaan er in als koek. Het bekende ‘Herdersmat’ is een regelrechte sensatie. Meteen thuis uitproberen op opa!
Kennismaking met een schaakklok in les 3 vinden ze heel spannend. Franse termen als ‘j’adoube’ en ‘en passant slaan’ worden thuis trots doorverteld.
In les 5 werd, volgens soepel toegepaste regels, enthousiast simultaan gespeeld tegen de docent en een van zijn schaakclubgenoten. Heel geslaagd, leerzaam en voor herhaling vatbaar.
In les 6 staat de eerste onderlinge competitie op de rol. Leermoment: In hun gretigheid blijken kinderen (veel te) snel te spelen. Dit heeft tot gevolg dat de jongelui zich al binnen 5 tot 10 minuten rond de wedstrijdtafel verdringen met het uitslagenbriefje. Remedie: drie partijtjes tegen dezelfde tegenstander. Die partijtjes mogen ook buitenschools gespeeld worden. Dit heeft ook een PR-impact.

Evaluatie trainers

De rol van de trainer blijkt te zijn veranderd. Het is niet langer het droog oefenen van de loop der stukken en het bestuderen van matcombinaties, maar na enkele lessen zitten de spelregels al wel degelijk tussen de oren. Kinderen willen niets liever dan partijtjes spelen. En dat kan dus ook! Het betekent dat het klassikale lesgeven, zelfs in de eerste uren, tamelijk beperkt is. De trainer wordt al spoedig in feite een coach die, tussen de rijen doorlopend, aanwijzingen geeft en/of suggesties doet. De volgende les kan hij/zij de praktijkwaarnemingen plenair bespreken. De kinderen herkennen zich graag in die waarnemingen.

De overstap van klassikaal docent naar ‘coach’ heeft als belangrijke consequentie dat een trainer er niet meer persé zolang ‘aan vast zit’. Als hij er namelijk in slaagt in een tijdsbestek van een les of 6 de zaak op de rails te krijgen kunnen anderen (bijv. clubgenoten), ook in wisselende formatie, het stokje gemakkelijk overnemen. De oorspronkelijke schaakdocent kan zich dan eventueel richten op een nieuwe groep beginners. Of de krant gaan lezen. Op deze wijze is het denkbaar dat een schaakclub a.h.w. een gehele school ‘adopteert’.

Puntenschaak doet, met andere woorden, een minder zwaar beroep op ‘altijd weer dezelfden’.
Door het probleemloos kunnen wisselen/rouleren van ‘coaches’ wordt het managen van een jeugdafdeling van de schaakclub er een heel stuk gemakkelijker op. Een aangelegenheid voor de hele club waar de vele schouders het dragen sterk kunnen verlichten. Hier liggen nieuwe kansen voor het binnenboord halen van jeugd.

Kinderen kunnen zich dus al binnen korte tijd prima amuseren zonder schaaktechnische begeleiding. Dit betekent bijvoorbeeld voor het reguliere schoolonderwijs dat speciale schaakdocenten en ‘coaches’ een klas eventueel gemakkelijk kunnen overlaten aan een surveillerende algemene klassenleraar.

Evaluatie (groot)ouders

Veel (groot)ouders, ook ‘niet schakende’, dringen aan op schaakles op school. Het enthousiasme van de kinderen werkt aanstekelijk. Nu de ouders zien hoe snel de kinderen vorderingen maken raken ze ook zelf (weer) in het spel geïnteresseerd.

‘Schakende’ (groot)ouders kunnen met behulp van diverse nieuw ontwikkelde tools (zie verder) hun (en andermans) kids al in enkele uren spelenderwijs het schaakspel bijbrengen of zelf assisteren tijdens de lessen (als coach).

Tijdens de ludieke (dus speelse) stoomcursus van een uur of zes worden ondersteunende ‘tools‘ uitgereikt. ‘Niet schakende’ (groot)ouders kunnen daardoor in principe niet alleen zelf vrij vlot leren schaken (op een bescheiden niveau), maar het schaakspel ook hun (klein)kinderen bijbrengen. Schaken wordt weer een familiespel, in concurrentie met computergames!

Tot slot

Moge Puntenschaak een ‘boost’ geven aan de beoefening van het fantastische schaakspel!

Alof Wolt


Aanhangsel

Ondersteunend schriftelijk materiaal :

  • Spelregels Puntenschaak
  • Fide-spelregels in beknopte en eigen bewoordingen
  • Spiekbriefje met de basisopstelling, de loop en de waarde der stukken
  • Scoreformulieren in een aantal varianten, o.a. de racebaan
  • Tips & Trucs voor beginners
  • Lesje schaaknotatie
  • Laatste evaluaties en ontwikkelingen Puntenschaak

Tijdens de eerste les worden uitgereikt:

  1. Een ‘spiekbriefje’ (A4) met daarop de beginopstelling, de waarde en de loop van de stukken. In het begin wordt hiervan dankbaar gebruikgemaakt maar het blijkt al snel overbodig.
  2. Beknopt de officiële FIDE-regels.
  3. De spelregels van Puntenschaak
  4. Een scoreformulier.

De kinderen kunnen e.e.a. meenemen naar huis. Een eerste kennismaking van ouders met de ‘ludieke stoomcursus’’. In de loop van de daaropvolgende lessen wordt het setje uitgebreid met ‘Tips & Trucs’ en een A4-tje met de regels van de schaaknotatie. ‘Tips & Trucs’ wordt rond les 5 uitgereikt vòòr de eerste simultaansessie.

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok Weigeren