• Onderwijs

Schaakonderwijs met ‘Puntenschaak’

Schaakonderwijs Puntenschaak met Digibord

De ervaring in het schaakonderwijs leert dat kinderen aanvankelijk erg geboeid zijn door de diversiteit aan elementen van het schaakspel. Het feit dat twee legers tegenover elkaar staan, dat de onderdelen (lees: stukken en pionnen) van dat leger alle hun eigen merites en charme hebben en dat je helemaal zelf de baas bent over het verloop van het spel. Prachtig, prachtig.

Maar dan.. De matvoering. Abstract en in de praktijk een brug te ver. Zelfs de matvoering met drie Dames blijkt nog een hele opgaaf waarbij het toeval te vaak te hulp moet komen. En ziedaar: de aandacht voor het spel verslapt en het ‘genieten’ van schaakles wordt een corvee in plaats van een verzetje in de dagelijkse sleur van de school.

Citaat uit het KNSB-rapport: ‘De toekomst van het schaken’: “Gebleken is dat kinderen onvoldoende worden geboeid door lessen die hoofdzakelijk schaaktechnisch zijn”.

Opleidingsdeskundige Cor van Wijgerden schrijft in zijn inleiding bij de “Eerste Stap” van de ‘Handleiding Jeugdclubtrainer’ (vrijwel) letterlijk: “Als we kijken hoe kinderen met het schaakspel omgaan, ontdekken we dat ze in het begin, wanneer zij het spel leren, erg geboeid zijn door de stukken en hun bewegingen. Hebben ze eenmaal geleerd hoe de stukken gaan dan doen ze niets liever dan de stukken van de tegenstander slaan. (..). Slaan wordt voor de kinderen het doel van het spel. Zelfs als zij het begrip MAT kennen en deels weten toe te passen blijven zij zo gebiologeerd door het slaan dat dat het eerste is waar zij naar blijven kijken. Komt één van de spelers MAT te staan, dan is dat toevalligerwijs en in een situatie waarin het beide spelers als een verrassing overvalt” (..). Einde citaat.

Ik wil er met klem aan toevoegen dat het al heel gauw gaat om het toepassen van trucjes zoals het vorkje, aftrekschaak, penning, overbelasting, ‘drie op een rij’. En, mind you: trucjes komen in iedere partij om de hoek kijken! Clubschakers zijn daar zozeer aan gewend dat het ze nog nauwelijks opvalt, voor kinderen echter vormen trucjes de grote sensatie van het schaakspel.

Het Puntenschaak is geheel gericht op het spelenderwijs en met plezier ontwikkelen van de vaardigheden welke de basis vormen voor de matvoering. Het winnen van een partijtje Puntenschaak is grotendeels gebaseerd op het verkrijgen van materieel overwicht. Grotendeels, want ook ‘MAT’ is winnend, gaat zelfs boven de puntenscore. Zoals bij het boksen KO gaat boven punten.

In de beginfase van de lessen Puntenschaak overkomt het me regelmatig dat ik te hulp wordt geroepen om het ‘MAT’ te bevestigen. Daarbij hoort van mijn kant een bedenkelijke blik:

  1. “Eh, kun je het aanvallende stuk slaan?” Kleine studie. Conclusie van beiden: neen.
  2. “Eh, kun je er iets tussen zetten?” Kleine studie. Conclusie van beiden: neen.
  3. “Eh, kun je misschien de Koning nog opzij zetten?” Kleine studie. Conclusie van beiden: neen.

“Nou, dan is het dus ‘MAT’”. Waarop beide spelers opgelucht ademhalen en onmiddellijk een nieuw potje beginnen.

Puntenschaak: doelstelling is en blijft kinderen, maar ook volwassen beginners, met plezier te zien schaken. Het levert bovendien een dankbare manier van lesgeven op.

N.B. De lessen ‘Puntenschaak’ beginnen met uitleg over de waarde van de stukken. De waarde wordt onderbouwd door per schaakstuk de loop ervan uit te leggen, dus wat het stuk ‘allemaal kan’ . Hoe meer het kan, hoe ‘duurder’. Begrijpen ze onmiddellijk.
Vervolgens de regels van ‘schaak’, MAT, de rokade, en e.p. slaan. Daarna ‘trucjes’. Bij het geven van voorbeelden hangen ze aan je lippen. Matvoering is de supertruc, maar eigenlijk nog wel een brug te ver.

Docent

  • Het klassikaal lesgeven behoort voor een belangrijk deel tot het verleden.
  • Tijdsfactor: dankzij de verkorting van de lescyclus is de drempel om beginners te leren schaken veel lager.
  • Het lesgeven gaat al spoedig over in coaching. Het enthousiasme van de leerlingen geeft energie.

Leerling

  • ‘Puntenschaak’ vervangt theorie door praktijk. Al aan het slot van de eerste les - en niet pas na vele maanden - kunnen leerlingen spelenderwijs met plezier ervaring opdoen met de waardes en de loop van de stukken.
  • ‘Puntenschaak’ komt tegemoet aan het ongeduld van kinderen doordat de partijtjes  niet lang duren.
  • ‘Puntenschaak’ komt tegemoet aan de fascinatie van kinderen voor het slaan van stukken (en aan ‘schaak’-geven).
  • Bij verschil in speelsterkte kan een passende ‘handicap’ worden toegekend. Dit kan door de zwakkere speler een startvoordeel van enkele punten te geven. Ook mogelijk bij simultaanpartijen.
Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.
Meer informatie Ok Weigeren